NVM ziet ongelijkheid starters groeien
In 2025 kochten 75.000 starters een woning via een NVM-makelaar; het hoogste aantal ooit. Dat had mede te maken met de grote uitpondgolf. Uitpondwoningen zijn vaak kleinere appartementen: 68 procent is een appartement en 59 procent daarvan is kleiner dan 70 vierkante meter. Bijna tweederde van deze woningen werd gekocht door een starter. Toch zegt NVM dat de extra kansen ongelijk verdeeld zijn voor thuiswonenden met verhuiswensen. Wanneer een huurwoning wordt uitgepond, verandert de woning niet, maar wel de doelgroep die er kan wonen. Dit blijkt op basis van ruim 7.600 uitgeponde woningen die tussen 2024 en 2025 via NVM-makelaars zijn verkocht en voorafgaand ook via een makelaar werden verhuurd. Voor een uitpondwoning met een mediane prijs van 400.000 euro is bij volledige financiering een bruto jaarinkomen van circa 84.500 euro nodig. Diezelfde woning was als huurwoning bereikbaar met een inkomen van ongeveer 53.500 euro (uitgaande van een maandelijkse bruto inkomenseis van drie keer de maandhuur). Dat verschil van ruim 30.000 euro per jaar vormt voor veel starters een onoverbrugbare kloof.
Per saldo profiteert vooral de jonge, stedelijke starter onder de 35 jaar met voldoende inkomen of eigen vermogen. Starters die buiten de stad een gezinswoning zoeken, zagen hun kansen juist afnemen. De eerste koopwoning is bij de meerderheid van de starters nog steeds een woonhuis – vaak een rijtjeshuis, liefst met een tuin – en geen appartement. Juist de groep ‘jonge stellen’ die een grondgebonden woning wil, zag het aanbod afnemen bij gebrek aan doorstroming en kon dus minder vaak instappen. Zo kocht in 2020 nog 75 procent van de starters een grondgebonden woning, nu is dat rond 60 procent.
